Ga naar hoofdinhoud
Your session has expired. Reloading...

Lipoproteïne a: wat zegt Lp(a) over jouw hartgezondheid?

Lp(a), voluit lipoproteïne(a), is een LDL-achtig deeltje met een extra eiwit eraan vastgeklonken: apolipoproteïne(a). Dat ene extra eiwit maakt het deeltje schadelijker voor de vaatwand dan een gewoon LDL-deeltje.

Wat Lp(a) bijzonder maakt, is dat de hoogte ervan voor meer dan 90 procent in uw DNA vastligt. Het niveau wordt bepaald door het LPA-gen, staat al vroeg in het leven vast en blijft daarna vrijwel onveranderd. Voeding, beweging en gewichtsverlies verschuiven de waarde nauwelijks.

Daarom adviseert de Europese consensus om Lp(a) minstens één keer in het leven van iedere volwassene te meten. Eén bepaling volstaat meestal: u leert een getal kennen dat daarna niet meer verandert.

Beoordeling door arts inbegrepen

Wanneer is deze waarde afwijkend?

Afkapwaarden per uitslag, in g/l
Uitslag Waarde (g/l)
Normaal < 0,3
Grenswaarde 0,3–0,5
Verhoogd ≥ 0,5

Lp(a) is grotendeels erfelijk bepaald en blijft levenslang vrijwel constant. Het risico stijgt geleidelijk met de waarde; de EAS benadrukt dat er geen biologische drempel is. De NHG-Standaard CVRM hanteert > 50 mg/dl (0,50 g/l, 80e percentiel) als afkapwaarde en adviseert géén screening van de algemene bevolking. Ons laboratorium hanteert zelf een strengere bovengrens (0,3 g/l), die overeenkomt met de EAS-ondergrens van het grijze gebied.

Bron: Nederlands Huisartsen Genootschap Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)

Bron: European Atherosclerosis Society Referentiepopulatie: Volwassenen (NHG-Standaard CVRM; EAS 2022)

Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Wanneer u een test bestelt, beoordeelt een BIG-geregistreerde arts uw persoonlijke resultaten in context. Bespreek voor behandelbeslissingen uw resultaten met uw huisarts.

Lp(a): wat deze test meet

Deze bepaling meet hoeveel Lp(a) er in uw bloed circuleert. Een Lp(a)-deeltje is in de kern een LDL-deeltje: een lading cholesterol, omhuld door precies één molecuul apolipoproteïne B. Daaraan zit echter nog een tweede eiwit vastgeklonken, apolipoproteïne(a). Dat eiwit lijkt sterk op plasminogeen, de stof die betrokken is bij het oplossen van bloedstolsels. Die dubbelrol maakt Lp(a) ongunstig: het deeltje kan zich in de vaatwand nestelen zoals LDL dat doet, draagt ontstekingsbevorderende vetten mee, en bemoeilijkt daarnaast de afbraak van stolsels.

De hoeveelheid Lp(a) in uw bloed wordt vrijwel volledig bepaald door het LPA-gen. Doorslaggevend is het aantal zogeheten KIV-2-herhalingen in dat gen: hoe minder herhalingen, hoe kleiner het apo(a)-eiwit en hoe meer Lp(a) de lever afgeeft. Die aanleg krijgt u van uw ouders mee en verklaart meer dan 90 procent van het verschil tussen mensen. Uw waarde staat daarmee al vast voordat u ook maar één keuze over uw leefstijl heeft gemaakt.

Over de eenheden is een waarschuwing op zijn plaats. Het laboratorium rapporteert Lp(a) in g/l, een massa-eenheid, net als het internationaal gebruikelijke mg/dl: 0,30 g/l komt exact overeen met 30 mg/dl. Internationaal gaat de voorkeur echter uit naar nmol/l, omdat die eenheid het aantal deeltjes telt in plaats van hun gewicht. En omdat het apo(a)-eiwit bij de ene persoon veel groter is dan bij de andere, weegt eenzelfde aantal deeltjes niet bij iedereen evenveel. Een vaste omrekenfactor tussen mg/dl en nmol/l bestaat daarom niet: die eenheden zijn niet onderling uitwisselbaar. Vergelijk uitslagen dus alleen binnen dezelfde eenheid, en bij voorkeur binnen hetzelfde laboratorium.

Lp(a): waarom deze waarde ertoe doet

Lp(a) is een onafhankelijke en causale risicofactor voor hart- en vaatziekten. Genetisch onderzoek laat zien dat mensen die van nature een hoog Lp(a) hebben vaker een hartinfarct of een vernauwing van de kransslagaders krijgen, ook wanneer hun cholesterol, bloeddruk en leefstijl verder in orde zijn. Dat verklaart een patroon dat veel mensen herkennen: een schijnbaar keurig lipidenprofiel, en toch een sterke familiegeschiedenis van hartziekte op jonge leeftijd.

Het risico neemt geleidelijk toe met de hoogte van de waarde. Er bestaat geen scherpe grens waaronder u veilig bent en waarboven u dat niet bent, en daarom hanteert de Europese richtlijn oriënterende categorieën in plaats van één harde afkapwaarde. Ongeveer één op de vijf mensen zit boven de grens die als verhoogd geldt, wat Lp(a) tot een van de meest voorkomende erfelijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten maakt. Bij zeer hoge waarden is het levenslange risico vergelijkbaar met dat van mensen met erfelijk verhoogd cholesterol.

Lp(a) hangt bovendien niet alleen samen met dichtslibbende slagaders. Het is ook zelfstandig geassocieerd met verkalking en vernauwing van de aortaklep, een verband dat op de meeste voorlichtingspagina's ontbreekt maar dat de klinische betekenis van deze waarde verbreedt.

Het belangrijkste is wat u met die informatie doet. Statines verlagen Lp(a) niet; ze verhogen de waarde zelfs licht. PCSK9-remmers verlagen Lp(a) met ongeveer een kwart. Er zijn daarnaast gerichte medicijnen in ontwikkeling die de aanmaak van Lp(a) veel sterker remmen, maar van geen enkel middel is tot nu toe aangetoond dat het verlagen van Lp(a) ook daadwerkelijk minder hartinfarcten oplevert. Die uitkomststudies lopen nog. Veelbelovend is dus niet hetzelfde als bewezen.

Een verhoogd Lp(a) is daarom vandaag vooral een reden om de risicofactoren die u wél kunt beïnvloeden strenger aan te pakken: het aantal atherogene deeltjes in uw bloed, af te lezen aan ApoB en non-HDL-cholesterol, uw bloeddruk, roken en uw bloedsuikerregulatie. Uw arts bepaalt samen met u wat dat concreet betekent.

Tot slot de familie. Omdat Lp(a) via één gen wordt doorgegeven, heeft elk eerstegraads familielid van iemand met een hoge waarde ongeveer 50 procent kans dezelfde aanleg te hebben. Bespreek met uw arts of het zinvol is dat in uw familie ter sprake te brengen.

Lp(a): wanneer is meten zinvol?

Voor Lp(a) geldt een advies dat bij vrijwel geen enkele andere bloedwaarde bestaat: laat het minstens één keer in uw leven meten. De Europese consensusverklaring uit 2022 beveelt dat aan voor iedere volwassene. De reden is eenvoudig: de waarde ligt genetisch vast, verandert daarna nauwelijks en hoeft dus niet periodiek te worden gecontroleerd. Eén bepaling levert een getal op dat de rest van uw leven meegaat.

Er is extra reden om te meten wanneer er in uw familie op jonge leeftijd hart- of vaatziekten voorkomen, wanneer u zelf al een hart- of vaatziekte heeft, wanneer er sprake is van erfelijk verhoogd cholesterol, of wanneer bij een eerstegraads familielid een verhoogd Lp(a) is gevonden.

U hoeft niet nuchter te zijn: Lp(a) verandert nauwelijks na een maaltijd. Vermijd wel meten tijdens of vlak na een acute ontsteking, een infectie, een operatie of een ziekenhuisopname, want Lp(a) gedraagt zich deels als een acutefase-eiwit en kan dan tijdelijk hoger uitvallen. Ook een sterk verminderde nierfunctie, het nefrotisch syndroom en een traag werkende schildklier kunnen de waarde optillen; een leverziekte verlaagt hem juist. Bij vrouwen stijgt Lp(a) na de overgang doorgaans licht.

De onderstaande categorieën komen uit de Europese consensus en zijn oriënterend bedoeld, niet als afkapwaarde.

Lp(a) in g/lIn mg/dlIn nmol/l (ruwe indicatie)Duiding volgens de Europese consensus
onder 0,30onder 30onder 75laag risico; hier zit de meerderheid van de bevolking
0,30 tot 0,5030 tot 5075 tot 125grijs gebied; weegt mee in het totale risicoprofiel
boven 0,50boven 50boven 125verhoogd; ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking
boven ongeveer 1,80boven ongeveer 180boven ongeveer 430sterk verhoogd; levenslang risico vergelijkbaar met erfelijk verhoogd cholesterol

De kolommen mg/dl en nmol/l staan naast elkaar, maar zijn nadrukkelijk niet inwisselbaar. De nmol/l-getallen zijn slechts een ruwe indicatie, omdat de omrekening per persoon verschilt met de grootte van het apo(a)-eiwit. Houd er daarnaast rekening mee dat de gemiddelde Lp(a)-waarde per herkomst sterk verschilt: mensen met een Afrikaanse achtergrond hebben van nature een aanzienlijk hogere mediane waarde dan mensen met een Europese of Zuid-Aziatische achtergrond. Dezelfde uitslag kan daardoor bij twee mensen iets anders betekenen. Laat de waarde altijd door een arts in uw persoonlijke risicoprofiel plaatsen.

Lp(a): klachten bij een te hoge of te lage waarde

Lage waarden

Een lage Lp(a)-waarde geeft geen klachten en is geen probleem. Sterker nog: laag is in dit geval gunstig. Er bestaat geen ondergrens waaronder Lp(a) te laag zou zijn, en er is geen ziektebeeld dat door een laag Lp(a) wordt veroorzaakt. Mensen die van nature vrijwel geen Lp(a) aanmaken, zijn daar niet zieker door.

De meerderheid van de bevolking zit onder de grens die als verhoogd geldt. Een lage uitslag betekent eenvoudigweg dat deze specifieke erfelijke risicofactor bij u geen rol speelt en dus niet hoeft mee te wegen in uw risicoprofiel.

Wat een lage waarde niet betekent, is dat uw risico op hart- en vaatziekten daarmee laag is. Cholesterol, bloeddruk, roken, diabetes, overgewicht en erfelijke belasting bepalen dat risico voor het overgrote deel, en die factoren blijven onverkort van belang. Een gunstige Lp(a)-uitslag haalt één risicofactor van tafel, niet meer dan dat.

Hoge waarden

Een te hoog Lp(a) voelt u niet. Er zijn geen symptomen van een verhoogd Lp(a): geen vermoeidheid, geen pijn, geen enkel lichamelijk signaal waaraan u het zou kunnen merken. Dat is precies de reden dat de waarde alleen via bloedonderzoek aan het licht komt, en dat veel mensen jarenlang een verhoogde waarde hebben zonder het te weten.

Wat een verhoogde waarde wel doet, is het risico op hart- en vaatziekten over de loop van decennia vergroten: vernauwing van de kransslagaders, hartinfarct, herseninfarct en perifeer vaatlijden. Daarnaast hangt een hoog Lp(a) samen met verkalking en vernauwing van de aortaklep. Klachten die daarbij horen, zoals druk op de borst of kortademigheid bij inspanning, treden pas laat op en horen bij de aandoening, niet bij het getal zelf.

Een verhoogd Lp(a) is dus geen diagnose en betekent niet dat u ziek bent of ziek wordt. Het is een erfelijke risicofactor die uw arts meeweegt naast uw cholesterol, uw bloeddruk, uw bloedsuiker en uw familiegeschiedenis. Neem een verhoogde uitslag altijd mee naar een arts, zodat die het geheel kan beoordelen.

Lp(a): wat te doen bij een afwijkende waarde

Man

Bij laag

Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.

Bij hoog

Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.

Vrouw

Bij laag

Laag Lp(a) is gunstig en wijst op lager genetisch cardiovasculair risico.

Bij hoog

Verhoogd Lp(a) is genetisch bepaald en verhoogt cardiovasculair risico. Focus op andere risicofactoren.

Lp(a): leefstijl en deze waarde

Eerlijk is eerlijk: dit is de bloedwaarde waarop leefstijl vrijwel geen vat heeft. Lp(a) ligt genetisch vast en beweegt niet mee met een dieet, een sportprogramma of gewichtsverlies. Wees daarom kritisch op supplementen die beloven Lp(a) te verlagen. Overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt, en zelfs als een middel het getal een paar procent zou verlagen, is nooit aangetoond dat dat het risico verkleint.

Dat betekent niet dat u machteloos bent, integendeel. De juiste conclusie bij een verhoogd Lp(a) is dat de risicofactoren die u wél kunt sturen zwaarder gaan wegen. Concreet gaat het om het aantal atherogene deeltjes in uw bloed, af te lezen aan ApoB en non-HDL-cholesterol, om uw bloeddruk, om roken, om uw bloedsuikerregulatie en om uw gewicht. Wie een verhoogd Lp(a) heeft, heeft simpelweg meer te winnen bij het strak houden van die waarden dan iemand met een lage waarde.

Laat daarnaast nagaan of er een bijkomende, behandelbare oorzaak meespeelt. Een traag werkende schildklier, een verminderde nierfunctie en een nefrotisch syndroom kunnen de waarde optillen. Die aandoeningen zijn wél aan te pakken, en dat is een gesprek met uw arts waard.

Verander nooit op eigen initiatief iets aan cholesterolverlagende medicatie op grond van een Lp(a)-uitslag. En omdat de waarde erfelijk is: bespreek met uw arts wat een hoge uitslag betekent voor uw naaste familie, en laat de arts bepalen wat daar verstandig is.

Lp(a): veelgestelde vragen

Kan ik Lp(a) verlagen met voeding of beweging?

Nee. Lp(a) is voor meer dan 90 procent genetisch bepaald door het LPA-gen en reageert niet noemenswaardig op een dieet, op sporten of op afvallen. Dat is geen reden tot moedeloosheid: het betekent dat de aandacht verschuift naar de risicofactoren die u wél kunt sturen, zoals uw ApoB, uw bloeddruk, roken en uw bloedsuikerregulatie.

Hoe vaak moet ik Lp(a) laten meten?

In principe één keer in uw leven. De waarde ligt genetisch vast en verandert daarna nauwelijks, dus periodiek hermeten voegt niets toe. De Europese consensus uit 2022 beveelt daarom aan om Lp(a) bij iedere volwassene minstens eenmaal te bepalen. Uw arts kan in bijzondere situaties toch een herhaling voorstellen, bijvoorbeeld als de eerste meting tijdens ziekte plaatsvond.

Wanneer is Lp(a) te hoog?

Het risico loopt geleidelijk op, dus er is geen scherpe grens. De Europese consensus noemt waarden onder 0,30 g/l laag, tussen 0,30 en 0,50 g/l een grijs gebied, en boven 0,50 g/l verhoogd. Ongeveer 20 tot 25 procent van de mensen zit boven die grens. Wat uw waarde betekent, hangt af van uw overige risicofactoren.

Verlaagt een statine mijn Lp(a)?

Nee. Statines verlagen LDL-cholesterol krachtig, maar laten Lp(a) ongemoeid en verhogen het zelfs licht, met gemiddeld ongeveer tien tot twintig procent. Dat is geen reden om te stoppen: statines worden voorgeschreven om andere redenen. Verander nooit zelf iets aan uw medicatie op grond van een Lp(a)-uitslag, maar bespreek de uitslag met uw arts.

Waarom staat mijn uitslag in g/l en niet in nmol/l?

Het laboratorium rapporteert de massa van Lp(a) in g/l, wat exact overeenkomt met mg/dl (0,30 g/l is 30 mg/dl). Internationaal wordt nmol/l geprefereerd, omdat dat deeltjes telt in plaats van gewicht. Omdat het apo(a)-eiwit per persoon sterk in grootte verschilt, bestaat er geen betrouwbare vaste omrekenfactor: de eenheden zijn niet uitwisselbaar.

Wat betekent een hoog Lp(a) voor mijn familie?

Omdat Lp(a) via één gen wordt doorgegeven, heeft elk eerstegraads familielid, dus ouders, broers, zussen en kinderen, ongeveer 50 procent kans om dezelfde aanleg te hebben. Of het zinvol is hen te laten meten, is een afweging die uw arts maakt. Bespreek een hoge uitslag daarom eerst met een arts.

Testproducten

Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.

Hart & bloedvaten

Hart-checkup

Een uitgebreid bloedonderzoek met 12 hart- en vaatwaarden — het volledige cholesterolprofiel, Apo(B), Lp(a), hsCRP, homocysteïne en bloedsuiker — voor inzicht in je hart- en vaatgezondheid.

Cholesterol Totaal LDL Cholesterol HDL Cholesterol Non-HDL-cholesterol Cholesterol/HDL-ratio Triglyceriden Apo(B) (Apolipoproteïne B) Lp(a) hsCRP (Hoog Sensitief CRP) Glucose (Nuchter) HbA1c (Geglycosyleerd Hemoglobine) Kreatinine
€209,-

Medisch adviseur

Medische standaarden

Dr. Naimi ziet toe op de medische standaarden achter onze content en beoordelingen.

Medisch beleid
CIBG Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Officiële BIG-registratie BIG 49928676701 Opent in een nieuw tabblad

Lp(a)

€36,-